Gedrag roept gedrag op. Ook (of juist) op vakantie.
Er is een moment, ergens tussen het uitladen van de auto en het opblazen van de eerste tentbuis, waarop ik van een relaxte vader in een geïrriteerde commandant verander. De tent ligt uitgespreid over het gras van een camping in de Cevennen, het is warm, en ik roep: "Kan iemand nou eens die luchtbedden opblazen in plaats van erop te gaan zitten?"

Binnen drie seconden huilt mijn dochter van negen omdat ze "toch niet expres" op de luchtbedden zat. Mijn zoon van zes besluit dat dit een uitstekend moment is om verstoppertje te spelen in de tent die nog niet rechtop staat. En mijn vrouw kijkt me aan met een blik die zegt: hoor je jezelf eigenlijk wel?.
Ik hoorde mezelf niet. Maar achteraf, met een koude panaché in de hand, wel. En dat bracht me op een gedachte die eigenlijk heel simpel is, maar die we op vakantie steeds weer vergeten: gedrag roept gedrag op. Ook op vakantie. Misschien wel júist op vakantie.
De camping als gedragslaboratorium
Thuis hebben we onze automatische piloot goed getraind. Iedereen weet zijn plek, de dagen hebben een ritme, en irritaties worden verdund over een hele week. Op vakantie valt dat hele systeem weg. We zitten met z'n vieren of vijven op een lapje gras, delen één tent, één voortent en één stapel afwas, en we moeten dat de hele dag met elkaar uitzoeken. Geen school, geen werk, geen slaapkamerdeur om achter dicht te trekken.
Dat is precies waarom
een camping in de Cevennen (aanrader!!) zo'n mooie plek is om te zien hoe gedrag gedrag oproept. Er is een psychologisch model dat dat haarfijn verklaart: de
Roos van Leary. Simpel gezegd: elk gedrag dat je laat zien, lokt bij de ander een bepaalde reactie uit. Ben je dominant en boven de ander gaan staan, dan maak je de ander klein of juist opstandig. Ben je afwijzend en tegen de ander, dan roep je ook afwijzing of verzet op. Maar ben je samen en vriendelijk, dan krijg je diezelfde vriendelijkheid terug.
Toen ik tegen mijn dochter schreeuwde over die luchtbedden, stond ik letterlijk "boven" en "tegen" in het model. Logisch dat zij "onder" en "tegen" reageerde: huilen en tegenstribbelen. Mijn zoon koos voor vluchten, ook een vorm van onder-tegen. En mijn vrouw ging even boven mij staan, want iemand moest de orde herstellen. Ik had, zonder het te willen, in tien seconden tijd het hele gezin een rol gegeven.
Gedrag roept gedrag op: nog drie vakantievoorbeelden
Voorbeeld twee. We staan op de wekelijkse markt in Uzès. Croissants, kaas, die snoepjes die mijn zoon altijd wil proeven. Ik ben moe, het is druk, ik heb geen zin in gezeur. Mijn dochter vraagt voor de derde keer of ze een ijsje mag. Ik zeg kortaf "nee, we hebben al genoeg gekocht" met een toon die eigenlijk zegt: hou nou eens op met vragen. Wat gebeurt er? Ze vraagt het nog een keer, iets harder. Ik zeg het nog een keer, iets korter. Binnen een minuut staan we allebei op scherp om een lekkere verfrissing van drie euro.
Voorbeeld drie, de klassieker:
de autorit. Anderhalf uur van de camping naar een prachtig plekje bij de Cèze, geen airco die het echt bijbent, en op de achterbank de eeuwige vraag "zijn we er bijna". Ik antwoord de eerste keer nog geduldig. De vijfde keer bijt ik er "nee, en vraag het niet nog een keer" doorheen. Mijn zoon test daarna, precies zoals kinderen doen, of die grens ook echt geldt. Hij vraagt het juist vaker. Niet omdat hij vervelend wil zijn, maar omdat mijn scherpe toon een prikkel is geworden. Gedrag roept gedrag op, ook als het gedrag "hou op met vragen" heet.
Voorbeeld vier
speelt zich af bij de afwasbak. Op de camping wassen we buiten af, met een teiltje en net iets teveel spullen voor in de bak. Ik zeg, net iets te kortaf, tegen mijn vrouw dat we volgende keer het avondeten direct moeten afwassen. Zij hoort daarin niet mijn vermoeidheid maar kritiek. Ze wordt kortaf. Ik voel me niet gehoord en word op mijn beurt kortaf terug. Geen ruzie die je aan de buren op de camping merkt, maar wel eentje die de sfeer voor de rest van de avond bepaalt.
Van rondje naar driehoek
Wat me opviel, terugkijkend op die vier momenten, is dat er telkens een vast patroon in sluipt. En dat patroon heeft ook een naam: de Drama driehoek van Karpman. Drie rollen die we, meestal onbewust, over ons gezin verdelen.
De Aanklager wijst, verwijt, roept dat het anders moet. Dat was ik bij de tentbuis en bij het ijsje.
Het Slachtoffer
voelt zich onterecht behandeld en trekt zich terug of huilt. Dat was mijn dochter. En dan is er
de Redder,
die het conflict wil sussen en tussenbeide komt. Dat was mijn vrouw bij de tentbuis, en soms ben ik dat weer bij haar.
Het venijnige van die driehoek is dat de rollen wisselen. Wie eerst Aanklager was, voelt zich even later zelf Slachtoffer ("ik voel me niet gehoord"). Wie Redder was, wordt soms geïrriteerd Aanklager ("moet jij nou altijd zo streng doen"). Op vakantie, waar je 24 uur per dag met elkaar op een kluitje zit, draait die driehoek soms wel drie keer per dag rond. En elke keer kost het net iets van de lichtheid waar je met z'n allen voor naar de Cevennen bent gereden.
De tent als spiegel
Het fijne aan een tentvakantie, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een hotel, is dat er nergens te verstoppen valt. Geen aparte kamers, geen deur die dichtgaat na een botsing. Je zit op elkaars lip, in letterlijke en figuurlijke zin. Dat is lastig, maar ook een cadeau: je ziet je eigen gedrag en het effect ervan bijna in slow motion terug. De tent is een spiegel.
En die spiegel liegt niet. Sta ik boven en tegen, dan krijg ik verzet of onderdanigheid terug. Ga ik in de Aanklager-rol staan, dan levert het gezin me feilloos een Slachtoffer en een Redder. Het mooie is: als dat patroon van twee kanten werkt, werkt het net zo goed andersom. Verander ik zelf van houding, dan verandert de reactie van de ander vaak vanzelf mee.
Vijf tips om het patroon te doorbreken
- Herken je eigen startpositie in de Roos van Leary. Merk je dat je "boven" gaat staan (bevelen, corrigeren) of "tegen" gaat staan (afwijzen, negeren)? Dat is meestal het signaal dat je zelf gespannen bent, niet dat de ander iets verkeerd doet. Adem even, en kies bewust voor "samen": vraag in plaats van commanderen.
- Benoem wat er in jou omgaat, niet wat de ander fout doet. "Ik ben moe van het opzetten en wil dat het snel gaat" werkt anders dan "kun je nou nooit eens opletten". De eerste zin nodigt uit tot samenwerken, de tweede tot verzet.
- Stap letterlijk uit de driehoek. Voel je dat je Aanklager, Slachtoffer of Redder wordt, zeg dat hardop, ook al voelt het onhandig. "Ik merk dat ik nu een beetje streng aan het worden ben, sorry, laten we opnieuw beginnen." Dat ene zinnetje breekt het patroon vaak meteen.
- Bouw bewust buffertijd in. Veel van onze scherpste momenten op vakantie ontstaan bij overgangsmomenten: aankomst, vertrek, opzetten, inpakken. Reken een kwartier extra in en de kans op een korte lont daalt aanzienlijk.
- Vier het als het wél lukt. Zag je gisteren dat je zoon spontaan hielp met de afwas nadat je hem vriendelijk had gevraagd in plaats van gecommandeerd? Benoem dat. Gedrag roept gedrag op, en dat geldt ook voor goed gedrag. Een simpel "fijn dat je meehelpt" zet een positieve spiraal in gang die je de volgende dag weer verder helpt.
Terug naar de haringen
Die avond bij de tent, met de panachè, heb ik het patroon alsnog doorbroken. Ik ben naar mijn dochter gelopen, ben op mijn hurken gaan zitten (letterlijk "onder" in plaats van "boven") en zei: "Sorry dat ik zo boos werd, dat had niet gehoeven." Ze keek op, glimlachte voorzichtig, en hielp me daarna zelfs met de laatste haring. Geen grote toespraak nodig, geen uren therapie. Gewoon een andere positie in de Roos van Leary, en de driehoek loste zichzelf op.
Vakantie is bij uitstek de plek waar je dit kunt oefenen. Er is tijd, er is ruimte, en er is niemand die kijkt behalve je eigen gezin. Dus let deze zomer eens op: welk gedrag roep jij op bij je partner en je kinderen? En wat gebeurt er als jij, heel bewust, een andere toon kiest?
Heb een fijne vakantie. In verbinding met je iedereen die je liefhebt.











